ECLI:NL:HR:2017:1040

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
8 juni 2017
Zaaknummer
16/04816
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslagen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland betreffende verzet tegen aanslagen in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en aanslagen Zorgverzekeringswet.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

Uitspraak

9 juni 2017
Nr. 16/04816
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 27 oktober 2016, nrs. AWB 15/4160, 15/4162, 15/4164, 15/4166, 15/4167 en 15/4169, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en aanslagen Zorgverzekeringswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.