Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 23 december 2016, nr. BRE 16/4323, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 augustus 2016.
Hoge Raad
Belanghebbende uit Slowakije heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 december 2016, betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak van 19 augustus 2016. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest is op 2 juni 2017 gewezen door raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken. Hiermee wordt het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.