ECLI:NL:HR:2016:956

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
24 mei 2016
Zaaknummer
15/00058
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 359a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid staandehouding zonder bewijsuitsluiting

De verdachte stelde in cassatie dat de staandehouding onrechtmatig was en dat bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a, tweede lid, Sv toegepast moest worden. Het Gerechtshof Amsterdam had echter geoordeeld dat de staandehouding rechtmatig was en dat er geen gronden waren voor bewijsuitsluiting.

De Hoge Raad overwoog dat het hof geen onjuiste opvatting had gegeven en dat het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Er was geen sprake van een verweer dat tot bewijsuitsluiting strekte.

Daarom verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, RO, omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd namens de verdachte ingesteld door advocaat J. IJdis. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de staandehouding is rechtmatig en bewijs wordt niet uitgesloten.

Uitspraak

24 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/00058
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014, nummer 23/003701-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. IJdis, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2016.