Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 17 februari 2015, nr. BK‑14/00578 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2004 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2004. Dit betrof het tweede cassatiegeding na vernietiging van een eerdere uitspraak door de Hoge Raad en verwijzing naar het Hof.
De Hoge Raad ontving drie middelen van belanghebbende en een verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering vereist was, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 22 januari 2016.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder nadere motivering.