Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
1 april 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft klager beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gegeven op een beklag als bedoeld in artikel 12 e.v. van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van het hof van 21 oktober 2014 voor het geding in feitelijke instanties.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzet tegen de beschikking van het hof. Klager heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat ingevolge artikel 445 Sv Pro geen beroep in cassatie openstaat tegen een beschikking van een gerechtshof gegeven op een beklag.
Daarom verklaart de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk in zijn beroep. De beslissing is genomen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep in cassatie tegen de beschikking van het hof.