Conclusie
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn verzet.
Parket bij de Hoge Raad
Klager heeft bij de Hoge Raad verzet aangetekend tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof het beklag van klager over een vervolgingsbeslissing van de officier van justitie heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Het hof had het beklag behandeld op grond van artikel 12c van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat tegen een beschikking op beklag geen gewoon rechtsmiddel openstaat, zoals bepaald in artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan klager niet ontvankelijk worden verklaard in zijn verzet tegen deze beschikking.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad luidt dan ook dat het verzet van klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Deze beslissing bevestigt de beperkte mogelijkheden tot rechtsmiddelen tegen beslissingen op beklag binnen het Nederlandse strafprocesrecht.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen de beschikking op beklag.