ECLI:NL:HR:2016:530

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
30 maart 2016
Zaaknummer
15/00982
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken middelen van cassatie

De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van klager tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Klager had het beroep ingesteld, maar heeft geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de wettelijk voorgeschreven termijn zoals vereist volgens artikel 447, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat klager niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege het ontbreken van een schriftuur houdende middelen van cassatie. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het voorschrift van artikel 447, vijfde lid, niet was nageleefd, waardoor klager niet in het beroep kon worden ontvangen.

De Hoge Raad verklaarde daarom de klager niet-ontvankelijk in het beroep. De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 29 maart 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep wegens het ontbreken van middelen van cassatie.

Uitspraak

29 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/00982 B
DAZ/AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 25 februari 2015, nummers RK 14/1406, 14/1407 en 14/01408, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de klager in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2016.