Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 maart 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.
Het Hof had betrokkene hoofdelijk verplicht tot betaling van het volledige bedrag van €34.328,02, omdat het de door betrokkene beweerde winstverdeling met zijn mededader niet aannemelijk vond. De Hoge Raad herhaalde dat een hoofdelijke betalingsverplichting alleen gerechtvaardigd is indien sprake is van een gemeenschappelijk voordeel waarover alle mededaders kunnen beschikken.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd dat het volledige voordeel als gemeenschappelijk kon worden aangemerkt. Ook is niet vereist dat mededaders veroordeeld zijn om een hoofdelijke betalingsverplichting op te leggen. Het arrest werd vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling door het Hof.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering hoofdelijke betalingsverplichting en wijst zaak terug naar Hof voor hernieuwde beoordeling.