Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 10 juni 2016, nr. 16/01009, ECLI:NL:HR:2016:1161.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerder arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2016. Belanghebbende heeft een verzoek ingediend om dit arrest te herzien op grond van nieuwe feiten of omstandigheden.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit verzoek en stelt vast dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het verzoek klaarblijkelijk niet geschikt om tot herziening van het arrest te leiden.
Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Loon en van Kalmthout, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.