Uitspraak
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haag van 17 juni 2016, nr. BK-16/00024, betreffende een door [A] B.V. te [Q] op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een beroep in cassatie van A B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Eerder had de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.
Bij het tweede cassatieberoep stelde de Hoge Raad vast dat de indiener van het beroepschrift niet voldeed aan het verzoek om binnen de gestelde termijn een bewijsstuk van volmacht of een instemmingsverklaring te overleggen. Hierdoor werd aangenomen dat het beroep onbevoegd was ingesteld.
De Hoge Raad besloot daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werden geen proceskosten opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 23 december 2016.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een volmachtbewijs.