Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
Op 5 april 2013 werd verdachte beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven en verkrachting van zijn levensgezel in Sint-Pancras. De bedreigingen vonden plaats tijdens de verkrachting. De aangeefster deed aangifte en verklaarde gedetailleerd over de mishandelingen en seksuele dwang die zij onderging. Medische en forensische onderzoeken bevestigden het letsel dat overeenkwam met haar verklaring.
De rechtbank en het hof verklaarden de feiten bewezen, ondanks dat de bedreiging uitsluitend op de verklaring van de aangeefster steunde. Het hof achtte de verklaring voldoende ondersteund door het letsel en andere bewijsmiddelen. De verdediging voerde aan dat de bewijsvoering onvoldoende was omdat slechts één getuige de bedreiging verklaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsregel van art. 342, tweede lid, Sv niet is geschonden omdat de verklaring van de aangeefster niet op zichzelf stond maar werd ondersteund door ander bewijs, waaronder medisch rapport en consistentie van verklaringen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling voor bedreiging en verkrachting definitief bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor bedreiging en verkrachting en verwerpt het cassatieberoep.