Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor doodslag door middel van messteken op een hoogbejaarde man en poging tot doodslag. Het Gerechtshof Den Haag had op 17 december 2015 een arrest gewezen in deze strafzaak. Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Procureur-Generaal is hierbij gehoord.
Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het arrest van het gerechtshof in stand blijft en het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.