ECLI:NL:HR:2016:2895

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
19 december 2016
Zaaknummer
15/05178
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging door richten dienstpistool door agent bevestigd in cassatie

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het richten van een dienstpistool door een agent jegens verdachte kwalificeerde als bedreiging en of deze bedreiging wederrechtelijk was. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden sprak verdachte vrij van bedreiging. Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof.

De uitspraak onderstreept het belang van de wederrechtelijkheid bij bedreiging en bevestigt dat het richten van een dienstpistool door een agent in dit geval niet als strafbare bedreiging kan worden aangemerkt. Het beroep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen en de vrijspraak blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens bedreiging door een agent die met een dienstpistool richtte.

Uitspraak

20 december 2016
Strafkamer
nr. S 15/05178
LBS/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 oktober 2015, nummer 21/002882-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, D.P. Hein, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2016.