ECLI:NL:HR:2016:2797

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
8 december 2016
Zaaknummer
16/03890
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in ANW-zaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 juni 2016. Het betrof een geschil over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was. Daarbij is vastgesteld dat de klachten die door de appellant zijn aangevoerd geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de appellant klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand blijft en dat de Hoge Raad geen inhoudelijke beoordeling van de zaak heeft gegeven.

Het arrest is op 9 december 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap (voorzitter), Groeneveld en Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

9 december 2016
Nr. 16/03890
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 10 juni 2016, nr. 14/5872 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2016.