ECLI:NL:CRVB:2016:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die eveneens in Marokko woonde en een AOW-pensioen ontving.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkeringen toe te kennen omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verplicht verzekerd was voor de ANW en ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het AOW-pensioen na 1 januari 2000 niet meer leidde tot verplichte ANW-verzekering en dat niet was gebleken dat de echtgenoot zich vrijwillig had verzekerd. Het verzoek om postume toelating tot vrijwillige verzekering werd afgewezen en is onherroepelijk geworden.
Hoewel de Raad begrip had voor de moeilijke financiële situatie van appellante, kon dit niet leiden tot een afwijking van de dwingendrechtelijke bepalingen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd op 10 juni 2016 openbaar uitgesproken door M.M. van der Kade.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.