ECLI:NL:HR:2016:274

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2016
Publicatiedatum
18 februari 2016
Zaaknummer
15/00791
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad veroordeelt Staatssecretaris in proceskosten na intrekking beroep cassatie

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting, boetebeschikking en heffingsrente over de jaren 2006 en 2007. De Staatssecretaris van Financiën trok dit beroep in cassatie in. Vervolgens verzocht belanghebbende de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs had moeten maken voor de behandeling van het cassatieberoep.

De Staatssecretaris stemde in met dit verzoek. De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en hield rekening met het feit dat de zaak samenhing met andere zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Op basis van het procesdossier en de verstrekte gegevens achtte de Hoge Raad het redelijk om de Staatssecretaris te veroordelen in een derde van de proceskosten.

De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van € 330,67 aan proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand aan belanghebbende. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van € 330,67 ten gunste van belanghebbende.

Uitspraak

19 februari 2016
Nr. 15/00791
Arrest
gewezen op na te melden verzoek van
V.o.f. [X]te
[Z](hierna: belanghebbende).

1.Verzoek

Na de intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 9 januari 2015, nrs. 14/00305 en 14/00313, betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente heeft belanghebbende de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij concludeert tot toewijzing van het verzoek.

2.Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad acht, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken, te beslissen als hierna zal worden vermeld. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 15/00783 en 15/00787 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

3.Beslissing

De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 992, derhalve € 330,67, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.