ECLI:NL:HR:2016:2507

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2016
Publicatiedatum
3 november 2016
Zaaknummer
15/04301
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatiebeslissing over omzetbelastingbetaling in hoger beroep

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam geprocedeerd over het bedrag aan omzetbelasting dat zij op aangifte had voldaan over het tijdvak van 1 januari tot en met 31 maart 2012. Het hof had haar hoger beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens twee middelen in cassatie in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft deze middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Punt en Van Hilten, en op 4 november 2016 in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

4 november 2016
Nr. 15/04301
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X B.V.]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 13 augustus 2015, nr. 13/00763, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/5581) betreffende het door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2012.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.