Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
1 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte stelde in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige, dat door het hof niet werd geaccepteerd. Het hof ging ervan uit dat aan een verzoek tot het horen van een getuige geen voorwaarden kunnen worden verbonden, hetgeen onjuist is.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet beslissen op een dergelijk voorwaardelijk getuigenverzoek leidt tot nietigheid van het vonnis op grond van artikel 330 Sv Pro in verbinding met artikel 415 Sv Pro. Dit volgt ook uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2016:1177).
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij het getuigenverzoek alsnog beoordeeld moet worden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met beslissing op het voorwaardelijk getuigenverzoek.