Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:230

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2016
Publicatiedatum
11 februari 2016
Zaaknummer
15/04015
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht

In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2010.

De Hoge Raad verzocht de indiener van het cassatieberoep om binnen vier weken een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht te overleggen, dan wel een verklaring van degene namens wie het beroep werd ingesteld dat deze hiermee instemde. Deze brief werd echter wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna alsnog een gewone brief werd verzonden, maar de indiener bleef in gebreke.

De Hoge Raad concludeerde daarop dat het beroep onbevoegd was ingesteld en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan de zijde van partijen opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 12 februari 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.

Uitspraak

12 februari 2016
Nr. 15/04015
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 3 juli 2015, nrs. BRE 14/5758 en 14/5759, op het verzet tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2010 en een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] te [Z]. Bij aangetekende brief van 4 september 2015 heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift in cassatie verzocht binnen vier weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemt. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van de indiener. De indiener van het beroepschrift in cassatie is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld, en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2016.