Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 oktober 2016.
Hoge Raad
De schuldsaneringsregeling van verzoeker werd op 8 januari 2015 van toepassing verklaard. De bewindvoerder stelde in augustus 2015 vast dat verzoeker tekortschiet in meerdere verplichtingen, waaronder informatieplicht en het voorkomen van nieuwe schulden. De rechtbank beëindigde daarop de regeling tussentijds, wat het hof bekrachtigde.
Het hof oordeelde dat verzoeker vanaf het begin onvoldoende medewerking verleende, onder meer door het niet tijdig verstrekken van informatie en het laten ontstaan van nieuwe schulden. Ondanks meerdere aanhoudingen en kansen om alsnog aan verplichtingen te voldoen, bleef verzoeker tekortschieten. Zijn beroep op fysieke en psychosociale problemen werd onvoldoende onderbouwd geacht.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verzoeker verwijtbaar tekort is geschoten en dat de beëindiging van de regeling gerechtvaardigd is. Het beroep van verzoeker wordt verworpen, waarbij het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn ziekte hem belette aan zijn verplichtingen te voldoen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens verwijtbare niet-nakoming van verplichtingen.