ECLI:NL:HR:2016:2206

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2016
Publicatiedatum
29 september 2016
Zaaknummer
16/00016
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:112 AwbGemeentewet 229b
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over geheven leges gemeente Heerlen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over geheven leges aan belanghebbende [Z] BV. Dit betrof een vervolg op een eerdere zaak die door de Hoge Raad was vernietigd en terugverwezen naar het Hof voor verdere behandeling.

In het tweede cassatieberoep werden verschillende middelen aangevoerd door het college, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het voorwaardelijke incidentele beroep van belanghebbende verviel omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidde. De Hoge Raad veroordeelde het college in de kosten van het geding in cassatie en legde een griffierecht op.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen omtrent de leges en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiemiddelen die geen wezenlijke rechtsvragen bevatten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

30 september 2016
Nr. 16/00016
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen(hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2015, nr. 14/00450, betreffende een ten aanzien van
[X] BVte
[Z](hierna: belanghebbende) geheven leges.

1.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof ’s Hertogenbosch is op het beroep van het College bij arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, nr. 12/05118, ECLI:NL:HR:2014:780, BNB 2014/149, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele middelen voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft tevens voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

3.Beoordeling van de middelen in het principale beroep in cassatie

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Het voorwaardelijke incidentele beroep

Aangezien het principale beroep niet tot vernietiging van ’s Hofs uitspraak leidt, is de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, niet vervuld. Gelet op artikel 8:112, lid 2, Awb vervalt het incidentele beroep derhalve.

5.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 992 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen wordt een griffierecht geheven van € 503.