ECLI:NL:HR:2016:2150

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/02523
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over WOZ-beschikking en onroerendezaakbelasting gemeente Borger-Odoorn

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 april 2016, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland werd behandeld. Het geschil betrof de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Borger-Odoorn over het jaar 2013 betreffende een onroerende zaak.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet noodzakelijk omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad achtte ook geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/02523
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 april 2016, nr. 14/00619, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 13/2395) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Borger-Odoorn voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.