Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
13 september 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte is in cassatie gegaan tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over witwassen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafduur, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden doordat het hof de stukken te laat heeft ingezonden. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat deze geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en vermindert deze tot vijf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.