Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het verloop van het geding
2.Het verdere verloop van het geding
4.Beslissing
2 september 2016.
Hoge Raad
In deze prejudiciële procedure stelde de voorzieningenrechter in Amsterdam een vraag aan de Hoge Raad over de uitleg van het begrip 'administratieve procedure' in artikel 4:67 Wft Pro, in relatie tot de ontslagprocedure bij het UWV op grond van artikel 6 BBA Pro. De Hoge Raad verwees deze vraag door naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) voor een prejudiciële beslissing.
Het HvJEU oordeelde dat het begrip 'administratieve procedure' in de richtlijn 87/344/EEG mede procedures omvat waarbij een bestuursorgaan de werkgever toestemming verleent om de werknemer te ontslaan. Na deze uitspraak bereikten partijen een schikking, waarna de Hoge Raad besloot af te zien van beantwoording van de prejudiciële vraag.
De Hoge Raad benadrukte dat het niet passend is om de vraag alsnog zelf te beantwoorden, mede omdat de zaak in een vergevorderd stadium was en het algemene belang bij beantwoording door het HvJEU lag. Een kostenbegroting werd achterwege gelaten. De beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prejudiciële vraag na schikking tussen partijen.