Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
12 januari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte is veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag en mishandeling. De Hoge Raad beoordeelde of nieuw overgelegd bewijs aanleiding gaf om het arrest te herzien.
De feiten betreffen een incident op 12 juli 2011 waarbij de verdachte de aangever met een vleesmes meerdere malen stak, wat potentieel dodelijk letsel veroorzaakte. De verdachte voerde noodweer en noodweerexces aan, maar het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte disproportioneel handelde en alternatieven om de situatie te beëindigen aanwezig waren.
De nieuwe verklaring van een buurman, die stelde dat de aangever de verdachte aanviel met een mes en de verdachte zich verdedigde, werd door de Hoge Raad niet voldoende geacht om het eerdere oordeel te wijzigen. De verklaring bracht geen ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het vonnis.
Daarom wees de Hoge Raad de aanvraag tot herziening af, waarmee de veroordeling van de verdachte in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf.