Uitspraak
wonende in Canada,
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 juli 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond het ontslag van een bestuurder van een stichting wegens wanbeheer centraal, gebaseerd op de Arubaanse Landsverordening op stichtingen. De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba en werd voortgezet bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de bestuurder die zich verzette tegen zijn ontslag. Een belangrijk aspect was de bewijswaarde van een uitspraak van een rechter in New Jersey, Verenigde Staten, die door het hof was meegewogen. Dit betrof de toepassing van het Arubaans procesrecht, met name artikel 431 lid 2 van Pro het Arubaans Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet slaagt en dat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook werd het passeren van het aanbod tot het leveren van tegenbewijs volgens artikel 130 lid 2 Arubaans Pro Rv bevestigd. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de verzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.