ECLI:NL:HR:2016:141

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2016
Publicatiedatum
28 januari 2016
Zaaknummer
15/03804
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak Edam-Volendam 2013

In deze zaak ging het om het beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015, betreffende aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Edam-Volendam voor het jaar 2013. De onroerende zaken betroffen adressen aan twee verschillende straten in de gemeente.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld. Het oordeel was dat de middelen die zijn voorgesteld geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat de partij die het cassatieberoep had ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep of omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na het horen van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 29 januari 2016 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren, onder voorzitterschap van C. Schaap.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of geen kans op cassatie.

Uitspraak

29 januari 2016
Nr. 15/03804
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 14 juli 2015, nrs. 14/00626 t/m 14/00631, betreffende de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Edam‑ Volendam voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [2] en [b-straat 1] te [Z] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.