Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
De verdachte is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meerdere moorden en een gewapende overval. Het Hof heeft de strafoplegging gemotiveerd aan de hand van de ernst van de feiten, de persoon van de verdachte en het maatschappelijke belang, met name vanwege de moord op de politicus Helmin Wiels.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de toepassing van art. 1:30 Wetboek Pro van Strafrecht Curaçao onjuist was en dat de regeling strijdig zou zijn met art. 14.5 IVBPR omdat geen rechtsmiddel openstaat tegen de periodieke herbeoordeling. De Hoge Raad oordeelde dat de regeling verbindend is en dat de onderlinge regeling inzake overdracht van gedetineerden niet aan de toepassing in de weg staat.
Voorts werd bevestigd dat art. 14.5 IVBPR niet rechtstreeks toepasbaar is en geen uitbreiding van rechtsmacht inhoudt. De Hoge Raad verwees naar relevante jurisprudentie over de eisen van art. 3 EVRM Pro betreffende de tenuitvoerlegging van levenslange gevangenisstraffen. Het beroep werd verworpen en de redelijke termijn werd overschreden geacht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de levenslange gevangenisstraf blijft in stand met toepassing van de periodieke herbeoordeling ex art. 1:30 Sr Curaçao.