ECLI:NL:HR:2016:1345

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
29 juni 2016
Zaaknummer
16/01900
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek witwasveroordeling wegens ontbreken novum

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor witwassen. De aanvrager stelde dat twee schriftelijke verklaringen, die na het proces waren opgesteld, een novum vormden dat tot een andere uitkomst had moeten leiden.

De verklaringen bevatten algemene bewoordingen over het feit dat de aanvrager in de periode 2003 tot 2015 altijd geld had en een dansschool wilde beginnen. De Hoge Raad overwoog dat deze verklaringen niet het ernstige vermoeden wekken dat het hof tot een vrijspraak of ontslag had moeten komen.

Het hof had immers vastgesteld dat het geldbedrag van € 88.500 dat op 14 februari 2013 bij de aanvrager werd aangetroffen, gelet op de omstandigheden en wisselende verklaringen, vermoedelijk van misdrijf afkomstig was en dat de aanvrager hiervan op de hoogte was.

Daarom concludeerde de Hoge Raad dat het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond was en wees het af. Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad op 28 juni 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens het ontbreken van een novum dat tot vrijspraak of ontslag zou leiden.

Uitspraak

28 juni 2016
Strafkamer
nr. S 16/01900 H
IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 november 2014, nummer 23/000436-14, ingediend door I.M. Bolier, advocaat te Spijkenisse, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Schiphol, van 27 januari 2014 - de aanvrager ter zake van "witwassen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2.
In de aanvraag wordt gesteld dat sprake is van een novum als bedoeld in voormelde bepaling. De aanvrager voert daartoe aan dat zijn zaak destijds niet zou hebben geleid tot een veroordeling indien de rechter bekend zou zijn geweest met twee naderhand op schrift gestelde verklaringen.
3.3.
Ter ondersteuning van de aanvraag zijn in kopie twee schriftelijke verklaringen overgelegd, welke – voor zover hier van belang – inhouden:
- "[betrokkene 1]
(...)
In de periode van 2004 tot 2015 heb ik zelf gezien hoe groovekings zich ontwikkelde tot een van de top dans groepen in de wereld. Na hun debuut op Tv "Hollands got talent" begon [A] ook in Nederland zich te plaatsen als een gevestigde naam. [A] waren al een bekend gezicht op verschillende podia's & festivals in europe & azie, meestal verzorgde [A] onder leiding van [aanvrager] opening acts voor verschillende nationale & internationale muziek artiesten, waaronder bekende Nederlander Patricia paay veelvuldig gebruikt van maakte.
[A] heeft zelfs de opening act verzorgd voor de Rotterdam-denhaag Metro lijn (RET)
ik heb bank afschriften van [A] gezien waarop een TIENTAL Duizend euro gestort was voor projecten.
[aanvrager] heeft mij meerdere keren verteld dat hij wat geld heeft opgespaard en dans school wilde beginnen. [aanvrager] vertelde mij dat het zijn droom was om ooit zijn eigen dans school te bezitten."
- "Ik ben [betrokkene 2]. Ik ben een goeie vriend van [aanvrager].
Bijna net als een broer.
Ik ken [aanvrager] al sinds 2003.
Toen begon ik met hem om te gaan. [aanvrager] is altijd iemand die ik weet wat geld had. hij heeft mij vaak geholpen met geld.
Dus Als ik moet zeggen dat [aanvrager] geld altijd had ja!
Ik ben vaak met hem op vakantie geweest na wedstrijden
Dus ik sta als getuigen voor hem."
3.4.
Aan deze verklaringen kan, mede gelet op hetgeen het Hof in zijn bewijsvoering heeft vastgesteld (zoals weergegeven in de aanvraag), niet het ernstig vermoeden worden ontleend dat het Hof de aanvrager zou hebben vrijgesproken als het daarmee bekend was geweest. Immers, de in algemene bewoordingen gestelde omstandigheid dat de aanvrager in de periode van 2003 tot 2015 altijd geld had en wat geld had opgespaard, tast niet het oordeel van het Hof aan dat het, gelet op de omstandigheden waaronder op 14 februari 2013 te Schiphol een geldbedrag van 88.500 euro onder de aanvrager is aangetroffen en op zijn wisselende verklaringen over de herkomst daarvan, niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is en dat de aanvrager dit wist.
3.5.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 juni 2016.