Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
28 juni 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij de aanvrager is veroordeeld voor moord, poging tot moord, bedreiging en belaging. De herzieningsaanvraag steunt op een nieuw NFI-rapport dat niet eerder in de strafzaak was ingebracht.
De aanvrager betoogt dat het slachtoffer niet is overleden door de kogel die in haar buik werd geschoten, maar door metaalsplinters die van een door de kogel geraakt metalen voorwerp afkomstig zouden zijn. Deze grond was reeds aan de orde in een eerdere herzieningsaanvraag die door de Hoge Raad op 13 december 2011 werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het nieuwe NFI-rapport geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die aanleiding geven tot het instellen van nader onderzoek. De aanvraag wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen. Hiermee blijft de eerdere bewezenverklaring en de opgelegde straf van zestien jaar gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en verklaart het niet-ontvankelijk, waardoor de eerdere veroordeling in stand blijft.