Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Zwolle,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
rov. 5.8. Het hof overwoog voorts:
4.Beslissing
24 juni 2016.
Hoge Raad
De eisers exploiteren sinds 1994 een inpakcentrale en lieten zich bijstaan door het accountantskantoor [A], later overgenomen door Countus. Zij brachten btw als voorbelasting in op een bedrijfswoning die zij bouwden en verkochten deze onroerende zaak in 2008 aan een derde, waarbij zij een verzoek optie belaste levering indienden bij de Belastingdienst.
De Belastingdienst honoreerde dit verzoek niet, waarna de eisers Countus aansprakelijk stelden wegens een beroepsfout in het advies over de btw-heffing. De rechtbank oordeelde dat Countus in april 2008 tekortgeschoten was, maar het hof vernietigde dit oordeel deels en wees de vorderingen af omdat Countus aannemelijk had gemaakt dat zij het juiste advies had gegeven.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof de feitelijke grondslag van het verweer van Countus onjuist had aangevuld en dat het bewijsaanbod van eisers om de koper als getuige te horen ten onrechte was gepasseerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het hof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.