ECLI:NL:HR:2016:1257

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2016
Publicatiedatum
21 juni 2016
Zaaknummer
16/00702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 465 SvArt. 577b Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart aanvraag tot herziening onontvankelijk in ontnemingszaak

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland waarin aan de aanvrager een ontnemingsmaatregel is opgelegd ter zake van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De Hoge Raad beoordeelt dat de oplegging van een ontnemingsmaatregel geen uitspraak is die een veroordeling inhoudt zoals bedoeld in artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de aanvraag tot herziening niet worden ontvangen op grond van artikel 465, eerste lid, Sv.

De Hoge Raad wijst er tevens op dat de rechter die de maatregel heeft opgelegd op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv bevoegd is om op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden.

De Hoge Raad verklaart daarom de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigt hiermee de ontnemingsmaatregel zoals opgelegd door de rechtbank.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de ontnemingsmaatregel geen veroordeling inhoudt.

Uitspraak

8 maart 2016
Strafkamer
nr. S 16/00702 H
ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 2 februari 2015, nummer 16/994015-13, ingediend door E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Rechtbank heeft de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 62.314,63.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.
Opmerking verdient dat de rechter die de maatregel heeft opgelegd op grond van art. 577b, tweede lid, Sv bevoegd is op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 maart 2016.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.