Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:1137

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2016
Publicatiedatum
9 juni 2016
Zaaknummer
15/03233
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in arbeidsrechtelijke zaak over bewijs bedrijfsongeval

In deze zaak stond centraal of er sprake was van een bedrijfsongeval, waarbij de bewijslast een cruciale rol speelde. Verzoeker stelde dat er een bedrijfsongeval had plaatsgevonden, maar kon dit niet onderbouwen met een ongevalsrapportage.

De lagere instanties, waaronder het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, hadden de zaak behandeld en hun beschikkingen gegeven. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeker niet tot cassatie konden leiden, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde verzoeker in de kosten van het geding.

De uitspraak benadrukt het belang van het kunnen overleggen van een ongevalsrapportage bij het aantonen van een bedrijfsongeval en bevestigt dat het passeren van bewijsaanbod in dit kader niet onrechtmatig is. De zaak illustreert de strikte toetsing van bewijs in arbeidsrechtelijke geschillen over bedrijfsongevallen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat geen bedrijfsongeval is bewezen.

Uitspraak

10 juni 2016
Eerste Kamer
15/03233
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
1. Curaçao General ContractorsN.V.,
gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
e n
2. MNO VERVAT CURAÇAO N.V.,
gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en verweersters ieder afzonderlijk als CGC en MNO.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 56382/2012 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 8 mei 2013 en 17 november 2014,
b. de beschikking in de zaak Ghis: 56382 – H 02/15 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 28 april 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
MNO heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 8 april 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MNO begroot op € 845,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van CGC op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juni 2016.