ECLI:NL:HR:2016:1086

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2016
Publicatiedatum
3 juni 2016
Zaaknummer
15/04884
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen faillissementsvonnis wegens tardieve indiening

In deze zaak heeft Exploitatie Maatschappij Suolla B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het beroep tegen een faillissementsvonnis van de rechtbank Overijssel als te laat (tardief) had verworpen.

De kern van het geschil betrof de vraag of de termijnoverschrijding bij het indienen van het beroepschrift per e-mail verschoonbaar was. Suolla stelde dat de overschrijding gerechtvaardigd was, maar het hof oordeelde anders en verwierp het beroep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Suolla verworpen. Volgens de Hoge Raad behoefden de aangevoerde klachten geen nadere motivering omdat zij niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en is het beroep tegen het faillissementsvonnis definitief niet-ontvankelijk verklaard wegens tardieve indiening.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beroep tegen het faillissementsvonnis wordt als te laat en niet-ontvankelijk beschouwd.

Uitspraak

3 juni 2016
Eerste Kamer
15/04884
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ SUOLLA B.V.,
gevestigd te Zwolle,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. R.R. Verkerk,
t e g e n
de ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF, KANTOOR ZWOLLE,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Suolla en de Ontvanger.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/15/455 F van de rechtbank Overijssel van 8 september 2015;
b. het arrest in de zaak 200.176.961 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Suolla beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De ontvanger heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Suolla heeft bij brief van 7 april 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
3 juni 2016.