ECLI:NL:HR:2016:1033

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2016
Publicatiedatum
2 juni 2016
Zaaknummer
15/04781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieWet op de loonbelasting 1964
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen

Belanghebbende, een besloten vennootschap in oprichting, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 september 2015. Dit arrest bevestigde een uitspraak van de Rechtbank Breda waarin een naheffingsaanslag loonheffingen was opgelegd over de periode van 1 augustus 2007 tot en met 31 december 2007.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de ingebrachte middelen beoordeeld. De Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Ten aanzien van proceskosten oordeelde de Hoge Raad dat geen gronden aanwezig waren voor een veroordeling van een van de partijen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016 door raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonheffingen blijft gehandhaafd.

Uitspraak

3 juni 2016
Nr. 15/04781
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V. i.o.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 11 september 2015, nr. 12/00845, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda (nr. AWB 09/5477) betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 augustus 2007 tot en met 31 december 2007 opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.