Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Namens de verdachte is een schriftuur ingediend door zijn advocaat, welke deel uitmaakt van het arrest. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a RO en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 april 2015 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans op slagen.