Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 maart 2015.
Hoge Raad
Op 5 augustus 2009 ontstond een conflict op een camping te Scharendijke over vermeende lakschade aan de auto van de verdachte. De campingeigenaar sommeerde de verdachte zich te verwijderen, maar deze bleef achter de auto van een derde partij staan om te voorkomen dat die zou vertrekken voordat de politie arriveerde. Nadat de campingeigenaar de verdachte herhaaldelijk met fysieke kracht probeerde weg te duwen en hem bij de nek greep, spoot de verdachte pepperspray in diens gezicht.
De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer of noodweerexces, omdat de verdachte werd aangevallen en zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Het hof oordeelde echter dat de verdachte zich bewust in een provocerende situatie begaf door terug te keren met pepperspray en dat het gebruik van pepperspray niet in redelijke verhouding stond tot de fysieke aanranding.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat het provocerende gedrag van de verdachte en het disproportionele geweld het beroep op noodweer(exces) afstuit. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces faalt omdat de verdachte provocerend terugkeerde met pepperspray en disproportioneel geweld gebruikte, waardoor de veroordeling wordt bevestigd.