ECLI:NL:HR:2015:763

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2015
Publicatiedatum
26 maart 2015
Zaaknummer
14/02814
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over schorsing relatie- en non-concurrentiebeding bij koop assurantieportefeuille

In deze zaak stond de koop van een assurantieportefeuille centraal waarbij een geschil ontstond over de toepassing en schorsing van relatie- en non-concurrentiebedingen. De voorzieningenrechter en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder uitspraak gedaan over de geldigheid en uitvoerbaarheid van deze bedingen.

De eiser stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof, waarbij hij onder meer de rechtsgeldigheid van de schorsing van de bedingen aanvocht. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de schorsing van het relatie- en non-concurrentiebeding gehandhaafd bleef. De uitspraak bevestigt de rechtspositie omtrent dergelijke bedingen bij de koop van assurantieportefeuilles.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het gerechtshof is bekrachtigd.

Uitspraak

27 maart 2015
Eerste Kamer
14/02814
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/05/248339 / KZ ZA 13-78 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 1 oktober 2013;
b. de arresten in de zaak 200.138.547 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 april 2014 en 22 april 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. M.H.M. Deppenbroek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 februari 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 maart 2015.