Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, na het horen van de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma op 13 januari 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.