Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2013. Het cassatieberoep is ingediend door de raadsman van de verdachte, die een middel van cassatie heeft voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. Dit arrest is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 10 maart 2015 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.