Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
(Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat Noord-Brabant),
zetelende te ’s-Gravenhage,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
equality of arms. In dit verband kan ook aan de vrees van een procespartij voor partijdigheid van een deskundige een zeker gewicht toekomen. Een zodanige vrees is echter niet van beslissende betekenis; wél van beslissende betekenis is of de twijfels die door de schijn van partijdigheid worden gewekt, objectief gerechtvaardigd zijn (EHRM 5 juli 2007, ECLI:NL:XX:2007:BB5086, NJ 2010/323, par. 47-48).
rechtbankde objectief te rechtvaardigen schijn van partijdigheid is gewekt, maar bij de desbetreffende
procespartij, ziet het eraan voorbij dat aan de rechtbank ter beoordeling staat of de door een procespartij gestelde schijn van partijdigheid van de deskundige inderdaad bestaat en zo ja, of de twijfels die door deze schijn van partijdigheid worden gewekt, objectief gerechtvaardigd zijn.
4.Beslissing
6 maart 2015.