Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de klager tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin de klager niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Namens de klager was een middel van cassatie ingediend, waarin werd betoogd dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de bestreden beschikking en adviseerde de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat het middel terecht was voorgesteld op de gronden zoals vermeld in de conclusie van de AG.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, met het bevel de zaak opnieuw te behandelen en af te doen. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren J. de Hullu, Y. Buruma en V. van den Brink op 3 maart 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor herbehandeling.