Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
17 november 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden uit 2011, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor meerdere diefstallen met bedreiging, afpersing en een overtreding van de Wegenverkeerswet. De aanvrager was veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling.
De aanvraag tot herziening berustte op een nieuw psychodiagnostisch rapport uit 2015, waarin werd vastgesteld dat de aanvrager weliswaar een laag begaafd intelligentieniveau heeft, maar niet aan autisme lijdt. De aanvrager stelde dat het hof bij kennisname van dit rapport de terbeschikkingstelling niet zou hebben gelast.
De Hoge Raad oordeelde dat dit nieuwe gegeven niet had kunnen leiden tot een van de in art. 457 lid 1 sub c Sv Pro genoemde beslissingen, zoals vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of niet-ontvankelijkheid, maar hooguit tot het achterwege laten van de maatregel van terbeschikkingstelling. Daarom kon de aanvraag niet worden ontvangen en werd deze niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat het nieuwe gegeven niet tot vrijspraak of ontslag had kunnen leiden.