Uitspraak
zetelende te Haarlem,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het arrest in dit geding
2.Beslissing
20 februari 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 9 januari 2015 een arrest uitgesproken waarin een kennelijke fout zat in de proceskostenveroordeling in het incidentele cassatieberoep. De Gemeente Haarlem, eiseres tot cassatie, verzocht de Hoge Raad om het dictum van dat arrest te herstellen op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De fout betrof de onjuiste toewijzing van de proceskosten: het arrest veroordeelde de Gemeente in de kosten terwijl dit andersom had moeten zijn. De Hoge Raad stelde vast dat deze fout eenvoudig kon worden hersteld en paste het dictum dienovereenkomstig aan.
Het herstelarrest van 20 februari 2015 bepaalt dat in het incidentele beroep het verweerster, niet de Gemeente, wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De kosten werden begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het dictum van het arrest van 9 januari 2015 is hersteld zodat verweerster in het incidentele beroep veroordeeld wordt in de proceskosten.