ECLI:NL:HR:2015:366

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2015
Publicatiedatum
19 februari 2015
Zaaknummer
14/03559
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 juni 2014, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1999 tot en met 2008, alsmede de navorderingsaanslag in de vermogensbelasting over het jaar 2000, inclusief de daarbij gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente.

De Hoge Raad heeft de twee middelen van belanghebbende beoordeeld en deze verworpen op grond van de overwegingen in een gelijktijdig arrest (nummer 14/03557). Er zijn geen gronden gevonden om het beroep in cassatie gegrond te verklaren.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 februari 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

20 februari 2015
Nr. 14/03559
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s‑Hertogenboschvan 6 juni 2014, nrs. 13/00698 t/m 13/00708, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (nrs. AWB 12/4592, 12/4593 en 12/6108 tot en met 12/6116) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1999 tot en met 2008 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen en de over het jaar 2000 opgelegde navorderingsaanslag in de vermogensbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 14/03557 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice‑president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2015.