ECLI:NL:HR:2015:3416

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
15/03348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 2.3.3 HR-arrest 20 februari 2015, nr. 14/05176
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2008, inclusief boete en heffingsrente. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende tijdig schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Belanghebbende heeft het griffierecht niet voldaan en ook niet binnen de gestelde termijn kenbaar gemaakt dat sprake was van betalingsonmacht conform de criteria uit eerdere jurisprudentie.

Na een tweede schriftelijke oproep heeft belanghebbende niet gereageerd. Een verzoek om uitstel van betaling dat na de betalingstermijn werd ingediend, werd niet als gegrond beschouwd. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

27 november 2015
Nr. 15/03348
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 12 juni 2015, nr. 14/00790, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/7181) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2008 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 augustus 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan. Belanghebbende heeft niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier kenbaar gemaakt dat hij voldoet aan het criterium voor betalingsonmacht weergegeven in onderdeel 2.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:NL:HR:2015:354, BNB 2015/197.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 2 oktober 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Op deze brief heeft belanghebbende niet gereageerd. Voorts vormt hetgeen belanghebbende aanvoert in zijn brief van 28 september 2015, waarbij hij – na afloop van de door de griffier voor de betaling van griffierecht gestelde termijn – heeft verzocht om uitstel van betaling, geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2015.