Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De aanvraag tot herziening betreft een vonnis van de Politierechter te Haarlem van 2 juli 2010, waarbij de aanvraagster veroordeeld werd tot negen maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet.
De aanvraag berust op het nieuwe gegeven dat niet de aanvraagster, maar haar halfzus met een vervalst paspoort op naam van de aanvraagster in 2010 naar Nederland is gereisd en op Schiphol is aangehouden met drugs. Dit gegeven was bij de oorspronkelijke berechting niet bekend.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zou verklaren vanwege het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling, wat tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging had kunnen leiden.
De Hoge Raad volgt dit oordeel en verklaart de aanvraag tot herziening gegrond. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting conform artikel 472, tweede lid, Sv. Tevens wordt de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis bevolen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.