Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 december 2014. De raadsman van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest van de Hoge Raad is gewezen op 10 november 2015 door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan. Het beroep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
De procedure kende geen bijzondere omstandigheden die tot cassatie konden leiden. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van het hof en sluit het strafproces af met deze verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.