ECLI:NL:HR:2015:3093

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
14/05414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onrechtmatige daad en wanprestatie zaak

In deze civiele procedure stonden eiseressen tegenover verweerster over een geschil betreffende onrechtmatige daad en de vraag of sprake was van het uitlokken of profiteren van wanprestatie. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in twee arresten uitspraak deed. Eiseressen stelden cassatieberoep in tegen het laatste arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiseressen in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op een bedrag van € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk, Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken door De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

16 oktober 2015
Eerste Kamer
14/05414
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [plaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [plaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. M.B.A. Alkema,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.C. van Schaick.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 224575/HA ZA 11-82 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 juni 2012;
b. de arresten in de zaak HD 200.114.689/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 april 2013 en 22 juli 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] c.s. heeft bij brief van 28 augustus 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.467,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest heeft voldaan.