ECLI:NL:HR:2015:2997

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/01423
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • C.B. Bavinck
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2005

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was tegen de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2005 in beroep gegaan bij het Gerechtshof Amsterdam. Dit hof had een uitspraak gedaan die door de Hoge Raad op 23 mei 2014 werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.

In het tweede cassatieberoep stelde belanghebbende twee middelen voor, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee kwam een einde aan de procedure betreffende de aanslag vennootschapsbelasting 2005.

Deze uitspraak werd gedaan door de vice-president Overgaauw als voorzitter en raadsheren Bavinck en van Kalmthout, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski, op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

9 oktober 2015
Nr. 15/01423
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 17 februari 2015, nr. BK-14/00577 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (nr. 11/00641) is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2014, nr. 13/02325, ECLI:NL:HR:2014:1190, BNB 2014/178, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.